Een Vlaams Unia

Door Piet De Bruyn op 28 februari 2017, over deze onderwerpen: Gelijke kansen, Gelijke kansen en diversiteit
Vlaams Unia - Piet De Bruyn - Gelijke kansen

N-VA hoopt met haar aanval op het gelijkekansen­centrum nu te realiseren wat drie jaar geleden bij de regeringsvorming niet lukte: de splitsing van Unia in een Vlaamse en Franstalige instelling. Maar dat doel ligt allesbehalve voor het grijpen. Niet alleen zijn de coalitiepartners tegen, ook internationaal duiken bezwaren op.

De kansen op een gesplitst kansencentrum in vier vragen.

Waarom wil N-VA Unia splitsen?

De voorbije dagen openden N-VA­excellenties Zuhal ­Demir en Liesbeth Homans het vuur op het interfederaal centrum voor gelijke kansen. “Belachelijk”, “polariserend” en “niet gelijk voor iedereen”, klonk het. Die aanval komt niet uit het niets. “Wij pleiten al langer voor een Vlaams mensenrechteninstituut”, zegt Vlaams Parlementslid Piet De Bruyn (N-VA). “Voor ons is dat een principiële keuze. Overal waar Vlaamse bevoegdheden zijn, willen we de instellingen maximaal opsplitsen. Een 'Vlaamse Unia' zou beter aansluiten bij de democratie waarin we leven. Het staat dichter bij de beleving van de eigen gemeenschap.

Wat vinden de coalitiepartners?

Bij de vorming van de Vlaamse regering-Bourgeois in de zomer van 2014 had N-VA het voorstel al eens op tafel gelegd. Maar toen botste dat op een veto van CD&V en Open VLD. Die vonden een splitsing van het kansen­centrum te duur en te ­ingewikkeld. Het is dan ook zeer twijfelachtig dat N-VA deze keer meer succes zal boeken, want Demir en Homans hebben de andere regeringspartijen nog lang niet kunnen overtuigen. “Als er grote problemen zijn, dan kunnen we dat wel bekijken”, reageert CD&V-parlementslid Ward Kennes. “Maar voor zover ik weet, werkt Unia goed, en zou een splitsing deze organisatie niet goedkoper of efficiënter maken.”

Zijn er nog andere bezwaren?

Een extra probleem voor de splitsing zijn de internationale verplichtingen. Elk land mag immers maar één instituut hebben als aanspreekpunt. Al is er wel een uitweg in de maak, met het nieuwe 'nationaal mensenrechten­instituut' dat justitieminister Koen Geens (CD&V) wil oprichten. Dat is ruimer dan Unia, maar zou in principe die internationale rol wel kunnen overnemen - al is dat nu niet voorzien. Ook de timing zit niet mee. Zelfs al levert N-VA nu de ­bevoegde ministers, ze kan niet zomaar ingrijpen in de structuur. Tot 2019 loopt nog een samenwerkings­akkoord tussen Unia en de verschillende regeringen.

N-VA kan de splitsing pas op tafel leggen wanneer de onderhandelingen over een nieuw akkoord beginnen. “Tegen dan moeten we een evaluatie klaar hebben”, zegt Matthias Storme, die voor N-VA in de raad van bestuur van Unia zit. “Zodat we zicht hebben op de redenen waarom Unia nu meer ideologische kleur heeft dan ze zou mogen hebben.” Dan is er nog de vraag of er achter de communautaire agenda van N-VA nog een ­andere verborgen agenda schuilt. Dat is toch wat CD&V-parlementslid Ward Kennes suggereert: “Heeft N-VA niet vooral moeite met de ­onafhankelijkheid van die instelling? De partij kan moeilijk om met overheidsdiensten die een eigen koers ­varen.

Dat noemt N-VA zelf “klinkklare ­onzin”. “De vraag is veeleer of Unia er wel in slaagt onafhankelijk te zijn”, zegt N-VA-parlementslid Piet De Bruyn.

Wat denkt Unia er zelf over?

Het is natuurlijk aan de politiek om over ons te beslissen”, zegt Unia­directeur Els Keytsman. “Maar ik zie echt niet in hoe we de mensen beter kunnen helpen als ons centrum wordt opgesplitst. Als bijvoorbeeld een Waalse man in een rolstoel in Brussel op een Vlaamse bus van De Lijn wordt gediscrimineerd: bij wie zou hij dan een klacht kunnen indienen? Dat gaat over drie verschillende overheden, en dus drie verschillende centra? Dat maakt het nodeloos ingewikkeld.” Volgens Keytsman is er nu al een voorbeeld van hoe dat de zaken ingewikkelder maakt. “Wij zijn niet bevoegd voor discriminatie op basis van geslacht”, zegt ze. “Mensen die daarover een klacht hebben, verwijzen we naar het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen. Maar tegelijk is er ook een genderkamer op Vlaams niveau, voor als die discriminatie zich in onderwijs of een andere Vlaamse bevoegdheid voordoet. Het gevolg is dat iedereen voortdurend naar elkaar moet doorverwijzen.

Volgens de Waalse minister van ­Gelijke Kansen, Maxime Prévot (CDH), is de aanval vooral ingegeven door de communautaire agenda van N-VA. Daarin geeft Unia-directeur Keytsman hem gelijk. “Is het omdat wij als interfederaal instituut goed werken, dat N-VA ons zo vervelend vindt?

Bron: Het Nieuwsblad*,Di. 28 Feb. 2017, Pagina 8 - Pieter Lesaffer ■

 

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
The average score is