Weggegooid geld

Door Piet De Bruyn op 9 maart 2016, over deze onderwerpen: Natuur
Vergroeningsmaatregelen GLB - Piet De Bruyn

Een derde van de Europese (en dus ook Vlaamse) landbouw moet groener worden als de boeren nog de volle pot aan subsidies willen krijgen. Maar de maatregelen die doorgaans worden genomen, zijn een slag in het water.

Tot een eeuw geleden waren de meeste mensen de hele dag in het getouw om genoeg te eten te vinden voor de (doorgaans grote) gezinnen. De industrialisering van de landbouw bracht daar verandering in. De voedselvoorziening werd iets van de supermarkt, de aanvoer was gegarandeerd, waardoor steeds meer mensen tijd kregen om na te denken over andere besognes dan overleven. De voorbije vijftig jaar kwam een nieuwe maatschappelijke bekommernis opzetten: aandacht voor een gezonde leefomgeving.

Het besef groeide dat geen enkele sector ons leefmilieu meer vernietigde dan de landbouw. Pesticiden, overbemesting en monoculturen bleken een ramp voor wat er aan natuur rest. De slinger is zo ver doorgeslagen in de richting van natuurvernieling dat het contraproductief wordt voor de landbouwpraktijk zelf: de bijenpopulaties krijgen zulke zware klappen dat ze hun functie als natuurlijke bevruchters van gewassen niet meer kunnen vervullen.

Het landbouwlandschap moest opnieuw natuurvriendelijker worden, en daar nam de Europese Commissie het voortouw in. Sinds 2015 wordt 30 procent van de rechtstreekse Europese inkomenssteun aan landbouwers (voor de Vlaamse boeren zo’n 240 miljoen euro per jaar) gekoppeld aan de naleving van vergroeningseisen, zoals klimaatvriendelijke bedrijfspraktijken en maatregelen die een meetbare verbetering van de biodiversiteit in landbouwgebied mogelijk maken. De landbouwers wordt ook gevraagd om 5 procent van hun akkerland in te richten als ‘ecologisch aandachtsgebied’, waarin plaats is voor bijen, vlinders en vogels.

Het klonk veelbelovend, maar zoals met goedbedoelde milieu-initiatieven de regel is, kwamen er onder druk van lobbygroepen zo veel achterpoortjes dat het systeem zijn doel dreigt te missen. De lobbyisten hamerden ononderbroken op dreigende voedselschaarste, in de hoop dat de aanleg van ecologische aandachtsgebieden het productieareaal niet zou aantasten. Ze haalden hun slag thuis: er werden eenvoudige regeltjes toegevoegd aan het systeem die het mogelijk maakten om gewone akkers een groen label te geven – wat niet de bedoeling was.

Een onaantrekkelijk biljartlaken

Wij staan achter het principe om boeren met subsidies te belonen voorinspanningen voor natuur en landschap in landbouwgebied’, zegt Freek Verdonckt, landbouwexpert bij Natuurpunt. ‘Zo kan de landbouwer op verzoek van de samenleving een stukje natuurbeheer in eigen handen nemen. Maar omdat de overheid de subsidies ook kan toekennen aan boeren die de minst efficiënte vergroeningspraktijken toepassen, draagt de hele operatie – met haar tientallen miljoenen euro’s aan steun – nauwelijks bij tot een verhoging van de biodiversiteit in de Vlaamse velden.’

Half februari maakte het Departement Landbouw en Visserij van de Vlaamse administratie de cijfers bekend van het allereerste ‘vergroeningsjaar’ van de Vlaamse landbouw (2015). Daar werd op 17 februari in de Commissie Landbouw, Visserij en Plattelandsbeleid van het Vlaams Parlement stevig over gedebatteerd. Volksvertegenwoordiger Piet De Bruyn (N-VA) vroeg aan minister van Omgeving, Natuur en Landbouw Joke Schauvliege (CD&V) of de geleverde inspanningen een verhoging van de biodiversiteit opleverden. De Bruyn trok in twijfel dat de door de meeste boeren toegepaste praktijk van de ‘groenbedekkers’ efficiënt is om de achteruitgang van natuur in landbouwgebied te stoppen.

Groenbedekkers zijn mengsels van gewassen zoals gele mosterd en koolzaad die na de hoofdteelt worden ingezaaid en in het najaar tot bloei komen. Maar ze bieden slechts een bescheiden meerwaarde voor vogels en insecten. Zelfs in de winter ingezaaide grasmengsels, die er op een akker als een voor dieren onaantrekkelijk biljartlaken bij liggen, worden als vergroening aanvaard. Ook al is het toegelaten om ze te bemesten en in de vroege lente dood te spuiten om ze makkelijker in de grond te kunnen ploegen. Beide praktijken kunnen voor weide- en akkervogels een ‘ecologische val’ worden: de dieren beginnen op de groene akkers te broeden, maar die worden omgeploegd voordat hun eieren uitgekomen zijn, waardoor de nesten verloren gaan.

De wetenschap is scherp voor de waarde van groenbedekkers bij het bevorderen van biodiversiteit. De hoofdfunctie ervan is puur landbouwtechnisch ,zoals het vastleggen van koolstof in de bodem, het tegengaan van erosie en het opnemen van overtollige meststoffen. Ze hebben dus wel een plaats in een duurzame landbouwpraktijk, maar niet in het stimuleren van vergroening. In 2014 publiceerde een internationale schare onderzoekers in het vakblad Science een vernietigende analyse van het gebruik van groenbedekkers om biodiversiteit in de hand te werken. Groenbedekkers zijn niet meer dan een vorm van regulier landbouwgebruik die, onder druk van landbouwlobby’s, plots mocht meetellen als ecologische maatregel, waardoor de meeste boeren niet verplicht werden om hun dagelijkse bedrijfsvoering op een natuurvriendelijker manier te organiseren. De Europese Commissie aanvaardde groenbedekkers maar in laatste instantie als ecologische maatregel, tegen de wetenschappelijke adviezen in.

Het hoeft dus niet te verbazen dat 97 procent van de Vlaamse boeren in 2015 in orde was met de verplichting tot vergroening. Liefst 85 procent van het ‘ecologisch aandachtsgebied’ werd met groenbedekkers gevuld. Voor minister Schauvliege volstond dat om zich in het parlement op de borst te kloppen met de stelling dat de boeren zich goed hadden aangepast. Ze zag geen redenen om te twijfelen aan de Europese evaluatie van de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen. Ze verschool zich ook achter het feit dat het om een Europese maatregel gaat, die Europees geëvalueerd zal worden – hoewel de regelgeving toelaat dat lokale overheden bepaalde praktijken stimuleren of ontraden. De kans is klein dat Schauvliege van die flexibiliteit gebruik zal maken.

‘De minister stelt zich geen vragen bij de ecologische effectiviteit van de maatregelen’, bevestigt Freek Verdonckt van Natuurpunt. ‘Maar ze kan de kritiek van de magere impact op de biodiversiteit niet weerleggen. Ze wil daar in Vlaanderen ook geen maatschappelijk of wetenschappelijk debat over. De door haar bejubelde vergroening is niet meer dan een boekhoudkundige operatie: op enkele uitzonderingen na werden er praktijken gehanteerd die al gangbaar waren. Meer dan 90 procent van de genomen maatregelen schiet tekort om het verlies aan biodiversiteit in landbouwgebied te stoppen. Met die invulling van vergroening kopen we een kat in een zak.’

Groene aders

Wat moet er dan wel gebeuren? Er is een breed gamma aan natuurvriendelijke mogelijkheden beschikbaar, zoals het stimuleren van maatregelen die garanderen dat er het jaar rond ‘groene aders’ door het landbouwlandschap lopen: bloemrijke akkerranden, hagen, hout- en slootkanten... Sommige stroken landbouwgebied zouden een tijdlang braak moeten kunnen liggen. Een aantal wetenschappers poneert, onder meer in het vakblad Public Library of Science Biology, dat initiatieven rond cash for conservation (landbouwsubsidies voor natuurbescherming) niet meer zijn dan lapmiddelen, grotendeels weggegooid geld: het enige wat echt pro biodiversiteit zou werken, is landbouwgrond regelmatig niet bewerken. Pas dan zou natuur de kans krijgen om zich te ontwikkelen zonder dat het per definitie een tweederangsformule is.

Vorige week verscheen het jongste nummer van het onlineblad Vogelnieuws van het Instituut voorNatuur- en Bosonderzoek (INBO) met de laatste cijfers over de evolutie van onze broedvogelpopulaties. Het bestand van alle akker- en weidevogels zakte de voorbije tien jaar dramatisch: -39 procent voor grutto en patrijs, -42 voor de graspieper, -49 voor de kievit en liefst -58 procent voor de zomertortel. De aantallen landbouwvogels zijn al een halve eeuw zo goed als in vrije val, en het tij lijkt nog altijd niet gekeerd. De vraag is of het überhaupt mogelijk is om met flauwe maatregelen zoals groenbedekkers de situatie te verbeteren.

Eind vorig jaar keurde de Vlaamse regering wel, na jaren van getalm, het soortenbeschermingsprogramma voor de grauwe kiekendief goed, een uit Vlaanderen verdwenen broedvogel die als paraplusoort fungeert voor andere vogels die van dezelfde natuurbevorderende maatregelen kunnen profiteren, zoals leeuweriken en gorzen. Maar om het doel van vijftien broedkoppels van de zeldzame vogel te behalen, zal er 350 à 450 hectare landbouwgrond specifiek voor de soort moeten worden aangepast. Belangrijk daarbij is de aanleg van zogenaamde vogelakkers, met afwisselend stroken luzerne en kruidenrijk gras waarin de betrokken vogels gemakkelijk voedsel vinden. Volgend jaar zouden de eerste vogelakkers een feit moeten zijn. Maar er moeten ‘administratieve drempels’ weggewerkt worden voor er aan de concrete invulling van het concept gedacht kan worden. Dat leidt tot argwaan, tot de vrees dat het ook nu weer met een sisser afloopt.

‘We moeten meer aandacht hebben voor het werk van pioniers in de landbouw die in de praktijk tonen dat ook een modern landbouwbedrijf de natuur een dienst kan bewijzen’, zegt Freek Verdonckt van Natuurpunt. ‘Het wordt hoog tijd dat hun voorbeeld op grote schaal wordt gevolgd. Helaas lijkt de besluitvorming in de omgekeerde richting te evolueren, waarbij de vergroening nog meer onder druk wordt gezet door de regels nog meer te versoepelen.’

Verdonckt wijst erop dat een derde van de 240 miljoen euro Europese subsidies die de Vlaamse boeren elk jaar ontvangen naar milieuvriendelijke maatregelen zou moeten gaan.

‘Dat is ongeveer 80 miljoen euro per jaar, of twintig keer meer dan wat Vlaanderen aan Europees geld voor gericht natuurbeheer krijgt. Als dat bedrag goed besteed zou worden, zou er veel mogelijk worden voor de vergroening van het landbouwlandschap. In de Europese instellingen worden ze zich stilaan bewust van het fiasco van het beleid. De mooie cijfers die nu door officiële instanties worden ingediend, illustreren vooral hoe laag de lat werd gelegd. Je kunt het de landbouwers niet kwalijk nemen dat ze kiezen voor de weg van de minste weerstand. Maar op deze manier zullen we de terugval van de biodiversiteit niet stoppen.’

Door DIRK DRAULANS ■

Knack - Wo. 9 Mar. 2016, Pagina 86-89

Hoe waardevol vond je dit artikel?

Geef hier je persoonlijke score in
De gemiddelde score is